Activist - klusje van niks

zondag, 18 juli 2010

Afgelopen zondag hebben we deelgenomen aan de Big Jump. Om 15u zijn er over heel Europa duizenden mensen tegelijkertijd in rivieren gesprongen om te ijveren voor levende rivieren. Wij (Wannes en papa) sprongen in de Maas te Stokkem. Naast een geëngageerde actie is het vooral een lekkere duik geworden want het was prachtig zomerweer.

Daarna trokken we de Maas over naar Nederland, aangetrokken door de WK gekte. Toen wisten we nog niet dat we eigenlijk de ramptoerist gingen uithangen. Eerst richting Thorn, het pittoreske witte dorpje met een voortreffelijke crèmerie.

Later spoedden we ons naar Maastricht, om de massa en het grote scherm te zien. Ik dropte Els en Wannes en Toon en trok op zoek naar een parkeerplaats. Geen sinecure want wij waren niet de enige die in Maastricht de WK-finale tussen Nederland en Spanje wilden volgen. We vonden elkaar terug aan het Vrijthof, waar de grootste massa bijeenstroomde. Overal oranje. Maar ook veel Belgen, Fransen en Duitsers, al dan niet met ditto shirt. Overal TV-schermen. Na de aftrap maken we er een stadswandeling van, afgewisseld met flarden voetbal. Het is vrijwel onmogelijk om aan eten te raken, of aan water. Uiteindelijk krijgen we drie loempia’s van een vriendelijke Franse jongeling en laten we ons flesje frisdrank bijvullen aan een B&B. Die mensen kwamen eigenlijk voor André Rieu, maar die heeft moeten schuiven voor het WK en mocht vroeger op de dag het voorprogramma spelen.

Enfin, voetbal dus. We waren gekomen in de hoop dat Nederland zou winnen. We hebben namelijk wel een boontje voor ons buurland, maar vooral wilden we de uitgelaten vreugde delen.

Nou moe, dat viel hartstikke tegen… En eens het lot beslecht was, trok het volk massaal weg. We hebben dus eventjes staan aanschuiven alvorens we de stad uit waren.

Een nat pak!

donderdag, 15 juli 2010

Dat je nat wordt als je gaat zwemmen in Kapermolen — openluchtzwembad in Hasselt — is niet verwonderlijk.

Gisteren hadden we het plan opgezet om met ons vieren naar Kapermolen te gaan zwemmen. Alles netjes ingepakt, en vertrekken. Thuis schenen er nog zeven zonnen, maar de lucht boven Hasselt was toch van een donkerder kaliber. De twijfel slaat toe in de gezinswagen, en halfweg ruilen we bestemming Kapermolen voor bestemming Sportcentrum van Genk, een overdekt zwembad. Aan het volgende verkeerslicht veranderen we nog eens van gedacht en keren we terug. Onze gedachten stonden op het openluchtzwembad, en dus…

Het was al jaren geleden dat ik nog in Kapermolen ben gaan zwemmen. En we worden snel ouder, want het overkomt me steeds vaker dat “jaren geleden” neerkomt op iets als “bijna twintig jaar geleden”!

We stappen tegen de stroom van vertrekkend jong volk naar de ingang en betalen netjes de inkom, en krijgen nog mee dat we uit het water moeten als het zou beginnen te onweren. Ondertussen is het zwaar bewolkt, en de hoop dat het over zou waaien heeft reeds een ijdel trekje. Maar goed, we zijn vastberaden. We begeven ons naar het peuterbad en trekken onze kleren uit. Toon trekken we een zwemluier aan, en we gaan het water in.

Het was zalig. Wannes en Toon hebben ervan genoten, en van de watervrees die Wannes een half jaar geleden had, is nog weinig te merken.

Amper tien minuutjes in het water voel ik nattigheid op mijn schouders — een gevoel dat in het ploeterbad wel eens kan wijzen op een beginnende bui. Vervolgens begint het licht te bliksemen. Uit het water en aankleden. Dan begint het harder te regenen. Half aangekleed reppen we ons naar het afdak. Dan breekt er een handvol wolken en begint het te gieten. We kunnen ermee lachen. Ach, het waren misschien maar tien minuten, maar het was wel plezant.

Dan bedenk ik me dat we thuis zijn vertrokken zonder te kijken of alle ramen dicht zijn. Alarm. Want dit is het soort regen — en wind — waarbij je geen raampje open wilt hebben staan. Zelfs niet op kip.

We moeten naar huis. Door de gietende regen, en met twee kleine kinderen stappen we naar de wagen en door de storm rijden we gezwind naar huis. Wat gaan we daar aantreffen? Als er maar geen ramen wagenwijd openstaan… Het is gelukkig niet zo: alle ramen zijn netjes dicht.

Vervolgens een combinatie van afdrogen, (Pieter) de noodafwatering van onze verbouwing wat bijstellen, (Els) bekomen van helse koppijn en (Pieter) ingrediënten halen voor wat voorgerechtjes bij de lasagne. En vanzodra het eens terug mooi weer is: naar Kapermolen.

(Ik) Stem Groen!

donderdag, 10 juni 2010

Sinds enkele dagen wordt onze voordeur ontsiert door een lelijke en slechte affiche voor Groen! De cv-man die vanavond langskwam in verband met de verbouwingswerken die op til staan geraakte er niet aan uit. Is het nu een nieuwe partij met de naam “13″ of “positieve energie”. Gelukkig kiezen we zondag niet de grafische vormgevers van ons land.

Ik zal dus — ondanks deze marketingtechnische lacune — voor Groen! stemmen. Meer bepaald zal ik zowel voor de kamer als voor de senaat een voorkeurstem uitbrengen op iedere individuele kandidaat op de lijst.

Ik heb nooit op een andere partij gestemd, hoewel ik om politiekstrategische redenen dat wel al heb overwogen: voor de kamer haalt Groen! bij de laatste paar verkiezingen in Limburg (net) geen zetel. Dan is je stem dus verloren. Maar toch zal ik volgens mijn principes stemmen zondag! Zelfs verkiezingsbeloften als zouden Open VLD stemmers meer seks hebben kunnen mij niet van gedacht doen veranderen.

Waarom ik Groen! stem?

Inhoudelijk sta ik vrijwel volledig achter het programma van Groen!, de enige partij die een realistische en holistische kijk heeft op een betere wereld bij ons en elders, vandaag en in de toekomst! Logisch, want we delen de onderliggende filosofie…

Ik ben ervan overtuigd dat onze westerse maatschappij te veel gericht is op de creatie van economische welvaart hier bij ons en voor onze generatie. Dat gaat ten koste van de toekomstige generaties, en van mensen elders ter wereld, maar ook ten koste van ons eigen welzijn, want meer is niet noodzakelijk beter.

Als wij onze manier van leven niet bijsturen naar een meer rechtvaardige en duurzame levenswijze, lopen we bovendien her risico af te stevenen op een catastrofe. Maar het kan anders, en daarvoor hoeven we niet terug in holen te gaan wonen. Groen! heeft realistische voorstellen om deze andere manier van leven vorm te geven.

De voorstellen van Groen! worden vaak afgeschilders als onrealistisch, of alsof ze leiden tot een verarming. Dat is volgens mij manifest onjuist! Verschillende keren hebben ze hun standpunten laten doorlichten, of worden ze ondersteund door onderzoek. Maar ze zijn zeker ambitieus. Als men bijvoorbeeld de kernuitstap terug in vraag wil stellen, omdat bijvoorbeeld de elektriciteitsbevoorrading in het gedrang zou kom, wil dat niet zeggen dat de kernuitstap irrealistisch is, maar wel dat in de afgelopen jaren onvoldoende werk is gemaakt van duurzame energiebronnen en energiebesparing! Een self-fulfilling prophecy dus…

Groen! moet het niet hebben van de bekendheid van zijn kopstukken. Dat is een handicap. Want perceptie en populariteit zijn een belangrijk gegeven. Komt daarbij dat ze onlangs radicaal voor vernieuwing gingen, en de Groen!-fracties bevolkt zijn door tot voor kort onbekende gezichten. Maar het werk dat ze afleverden was van hoge kwaliteit: zowel De Standaard als De Morgen bekroonden de Groen!e parlementsleden en fracties met een zeer goed rapport.

Ik stem dus komende zondag voor Groen! want

  • Groen! heeft een programma dat nauw aansluit bij mijn maatschappij- en wereldvisie: een realistische en holistische kijk heeft op een betere wereld bij ons en elders, vandaag en in de toekomst!
  • De Groen!e voorstellen zijn ambitieus maar uitstekend onderbouwd.
  • De Groen!e parlementairen hebben prima werk afgeleverd.

Voor meer informatie over Groen! en waarom ook jij voor hen zou stemmen: www.groen.be

Seitanstoverij met Jessenhofke bruin

woensdag, 26 mei 2010

Het is moeilijk kiezen: de plooifiets is zeker het meest flexibel, je kan er de bus mee op, of terug naar huis liften met een Veltlid uit de buurt. Maar de tijd dringt, en de gewone fiets is toch een beetje sneller. Of met de wagen… dat is zeker het snelst. Maar neen, dat kan ik niet maken. Toch niet om naar een bijeenkomst van Velt te gaan. Dus wordt het de gewone fiets, en het is verbazingwekkend hoe snel je van Boxbergheide naar het Heempark kan fietsen.

Bestemming is een informatieavond van Velt over koken met seitan en tofu, en over het bier van Jessenhofke. Velt Genk is de lokale afdeling van de Vereniging voor ecologisch leven en tuinieren, een vereniging waar wij al jaren lid van zijn, en waarvan de principes zeer nauw aansluiten bij onze levensvisie en -wijze. In Genk bestaat de afdeling voornamelijk op mensen die Abraham reeds hebben gezien, en die zich precies eerder toespitsen op ecologisch tuinieren, met goede smaak wel te verstaan. De infoavond gaat dus de culinaire toer op.

Twee Limburgse producenten van ecologische producten voor de goede smaak stellen zich aan ons voor, en — niet onbelangrijk — laten ons proeven van hun aanbod. Jessenhofke is een kleinschalige brouwerij van biologische bieren. Maya is een ambachtelijke maker van Seitan en Tofu. Het verband tussen bier en vleesvervangers is je misschien niet meteen duidelijk, maar beide producenten hebben elkaar wel degelijk gevonden. Jessenhofke heeft een bier dat wordt gebrouwen uit een afvalproduct (tarwehoudend water) van de seitanproductie bij Maya: Jessenhofke Maya.

Na een inleidend woordje over Seitan en Tofu wordt het plots duidelijk dat vanavond het nuttige aan het aangename wordt gekoppeld: degustatie. Ook hier vinden beide producten elkaar. Onder begeleiding van de Jessenhofke Maya, Jessenhofke Bruin en Jessenhofke Trippel worden een zestal gerechten gepresenteerd op basis van seitan en tofu. We mogen niet alleen proeven, maar ook aan het fornuis een kijkje nemen naar hoe de geut Soja-olie in de wok terecht komt…

Passeren de revu: wrap met sojakaas en pesto, pasta met gemarineerde tofu en courget in een sojasausje, seitanstoverij, wok met gefrituurde seitan, asperge en spinazie uit de tuin van enkele Veltleden en tenslotte paprika gevuld met sojagehakt. Een gevarieerde zesgangendiner vergezeld van een fris biertje, en met als saus enkele interessante gesprekken over diverse aspecten van ecologisch tuinieren.

Hamvraag — merk de dierlijke oorsprong van het woord — is: was het wel lekker, de vleesvervangers? Ik moet zeggen dat ik lekkere gerechten geproefd heb. Het woord vleesvervanger zeg echter veel: tofu of seitan wordt niet bekeken als een oorspronkelijk product met zijn eigen eigenschappen, maar als een vervanger van iets anders, namelijk vlees. Een moeilijke opdracht, ook gezien dit vooroordeel. Waar voor een vleeseter een lekker stukje vlees op zich kan staan, moeten seitan en tofu het toch hebben van de — know-how van de — bereiding. Een test die zij naar mijn mening glansrijk hebben doorstaan.

Schrijven

maandag, 17 mei 2010

Het is toch merkwaardig: de afgelopen weken heb ik vaak een ideetje gehad om een nieuwe blogbijdrage te schrijven, maar het is er niet van gekomen. Voor iedere bijdrage die het haalt, zijn er wel vijf die de toets niet doorstaan. Niet de kwaliteitstoets, maar de tijdstoets, of preciezer de gelegenheidstoets. Het is vreemd, een beetje frustrerend ook, om al die ideetjes te voelen wegglippen. Van sommige weet ik dat ze terugkomen: vroeg of laat leg ik mijn ei wel eens over het geloof, de zonnepanelen of waarom ik eigenlijk vegetariër moet worden, net als jij. Maar veel ideeën verdwijnen in de vergeetput.

Waarom wil ik schrijven? Dat is de vraag die mij de laatste dagen terug bezighoudt, en waarover ik dus als verschillende insteken in mijn hoofd heb voorbereid. Het is bijna dwangmatig. Ik wil vastleggen wat mij bezighoudt, anecdotisch of filosofisch het maakt niet uit. Het lijkt wel alsof ik soms het gevoel heb dat als het niet geschreven wordt, het er niet geweest is. Daarin lijkt het op fotograferen. Als ik op vakantie ga, neem ik veel foto’s. Ik bedoel: ik neem véél foto’s. Toen we een tijdje terug op Gran Canaria waren, had ik eens uitgeteld dat ik gemiddeld om de drie minuten een foto neem. Omdat als je er geen foto van hebt genomen, je het niet hebt gezien?

Maar het is ook een verslavend spel, de schrijver tegen de taal, of met de taal. En tegen of met de eigen geest. Soms zet de geest of de taal je schaakmat en is er geen uitweg meer. Dat overkomt me regelmatig. Vaak loopt het spel vast bij de eerste zet. En komt er geen letter op het scherm, hoewel er een handvol verhalen in de pijplijn zaten. Maar soms heb je een winnende strategie te pakken. Om te spelen dus…

De Japanse Tuin

maandag, 26 april 2010

In Hasselt is de Japanse Tuin beslist één van de mooiste bezienswaardigheden rond deze tijd van het jaar, getooid in de uitbundige bloemenpracht van magnolia’s en japanse kerselaars. Een oase van rust én een leuke speelplaats voor onze twee jongens, terwijl mama meewerkt aan de opendeurdag op school. Het is een stralende zaterdag eind april, en we zijn niet alleen… Prachtig fotoweer en een prachtige fotolocatie – zo denken ook enkele huwelijkspaartjes en communieouders – dus gelukkig heb ik het compactcameraatje op zak. Na selectie blijven er nog 43 beelden over die ik je niet wil onthouden…

Ingeschreven

vrijdag, 23 april 2010

Gisterenmiddag zijn we naar dewitte school gewandeld om Wannes in te schrijven. Op 1 september zal hij beginnen in het eerste kleuterklasje.

Aan de telefoon informeerde de coördinatrice nog even of hij wel minstens tweeënhalf zal zijn op 1 september. Ik heb haar verzekerd dat dat geen probleem zal zijn. Hij is immers nu al ruim de drie gepasseerd.

Het heeft wel wat voeten in de aarde gehad om een school te kiezen. En anderzijds ook niet. Zijn toekomstige school heeft op zich geen slechte reputatie. En — niet onbelangrijk — ze ligt op wandelafstand. De keuze was dus eigenlijk snel gemaakt, vooral gezien de ligging vlakbij. Dat maakt dat we te voet naar school kunnen gaan, en dat Wannes tijdens de middagpauze makkelijk even naar huis kan, zonder dat we daarvoor een zware logistiek moeten opzetten. Lekker flexibel.

Maar toch waren er ook bedenkingen. We hadden ook wel graag gekozen voor een school met een alternatieve onderwijsvorm en filosofie, à la Steiner of Freinet. Maar die vind je niet in de onmiddellijke omgeving. We hebben ook wel wat moeten worstelen met het idee dat de bovenvermelde school een katholieke school is: de Katholieke Basisschool van Boxbergheide. Onze Wannes is geboren in een atheïstisch nest, dus een katholieke school is niet vanzelfsprekend. De tijden zijn wel veranderd, en er zitten zeker nog een hoop niet-christelijke kinderen op deze school, meestal van allochtone origine, maar dat zeggen ze niet met zoveel woorden. Hij zal wel de katholieke godsdienst moeten volgen en verplicht naar de mis gaan. Hmmm, dat wordt nog een uitdaging. Maar goed, soms moet je ook een beetje pragmatisch zijn. We zullen dus wel zien.

Mama!

vrijdag, 23 april 2010

Toon zit in zijn kinderstoel. Ik sta aan de vaatwasser. Els zit in een vergadering. Bijna wekelijks heeft Els op donderdagvoormiddag een vergadering op het werk. De curriculumraad. Naarmate de voormiddag vordert, en het tijdstip waarop ik Els terugverwacht nadert, plaats ik soms nog een effor-ke om ons huis er netjes te laten uitzien. Niet zelden is het namelijk nog een puinhoop. Ik pas dan de techniek toe van perception-driven cleaning. Wezenlijk onderdeel van deze techniek bestaat erin even uit de op te ruimen ruimte te gaan en dan terug binnen te komen. Perception-driven cleaning is erop gericht om die zaken eerst op te ruimen die het meest in het oog springen. Het is een effectieve techniek in bovengenoemd scenario, en behoort samen met nog enkele complementaire technieken deel uit van onze poets-toolset. Als het aanrecht de toets van het perception-driven cleaning doorstaat, is het tijd om de vaatwasser leeg te maken. Wannes speelt ondertussen zelfstandig met de Duploblokken. Toon vereist nog speciale zorgen, om hem ervan te weerhouden de flessen sterke drank uit de barkast te halen en tegen de vloer te slaan. Ik zet hem bij me in de keuken en geef hem een plastieken Ikeabord uit de vaatwasser. Hij is de koning te rijk.

Ik ben bij de lade van de glazen gekomen. Toon ziet dat ik een glas uit de vaatwasser neem. Opgewonden roept hij “Mama! Mama! Mama!”

Mama, dat is Els. Toch?

Wel, het is niet zo eenduidig wat Toon bedoelt als hij “mama” zegt. Meestal doet hij dat als Els hem pakt of bij hem in de buurt komt. Ongeacht of hij wil drinken. Maar “mama” betekent de laatste tijd ook regelmatig “ik wil drinken”. Meer bepaald drinkt Toon de laatste tijd ook graag een glas lekker fris water uit de kraan. Enkele weken terug lag de efficiëntie daarbij nog niet zo hoog, en was een slabbetje geen overbodige luxe: er belandde meer water in de coulissen dan in zijn buikje. Maar hij maakt gestaag vooruitgang.

Eigenlijk is het niet verwonderlijk dat Toon “mama” zegt als hij wil drinken. Want mama, dat is toch in belangrijke mate drinken. En wel aan de borst.

[Wij zijn fervente voorstander van mamamelk. De voordelen van borstvoeding op lichamelijk en psychologisch vlak voor moeder en kind zijn onmiskenbaar en talrijk. Bovendien is zogen een van de meest elementaire onderdelen van ons biologisch mens-zijn. In die zin zou je kunnen stellen dat het deel uit maakt van de fundamentele rechten van de baby om aan de borst te mogen drinken. Alleen jammer dat onze samenleving daar niet altijd even voor openstaat.]

Drinken dat is dus mama voor Toon. Hij drinkt dan ook nog steeds voornamelijk bij Els aan de borst. Dag en nacht.

Ik begrijp wat hij wil, en vul het glas met water. Hij is razend enthousiast als ik het hem aanbied, en drinkt met volle teugjes.

Meesje

donderdag, 15 april 2010

Er hangt een nestkastje aan de achterkant van onze garage. Een accessoire die inbegrepen was toen we het huis kochten. Zoals de grasmaaier — die de vorige eigenaars in hun nieuw appartement in de Grotestraat niet meer nodig hadden — en de drie kippen, die reeds een gevorderde leeftijd hadden bereikt, dus niet echt productief meer waren, en bovendien ook geen plekje zouden kunnen vinden op het appartement.

Vele generaties vogeltjes hebben daar al het levenslicht gezien. Een tijd terug schroefde ik het kastje open om het oude nest te verwijderen, zodat een nieuw vogeltje er een nieuw nest in zou kunnen maken. Deze voormiddag liep ik met Toon op de arm door onze achtertuin om de lente te bewonderen. De sierperen staan prachtig te bloeien, evenals de prunus. Jonge boompjes die er toch hard voor gaan. Zelfs de esdoorn die in het najaar werd verplaatst naar een betere plek begint twijfelend te schieten. Toon begint ook te schieten. Binnenkort zal hij zelf door de tuin kunnen lopen. Plots zie ik een vogeltje aanvliegen en landen op het landingsstokje dat onder het gaatje van het nestkastje staat. Gezwind wipt het vogeltje het kastje in.

Mooi.

Ik wacht gespannen tot het vogeltje terug naar buiten komt. Ik ben nieuwsgierig. Ik heb niet goed kunnen zien wat voor vogeltje het nu precies was. Het duurt lang.

Plots verschijnt het kopje terug uit het gaatje. Het draagt een mezenmasker. Welke mees is mij ontgaan, want even snel als ie is gekomen is de vogel terug vliegen. Het doet deugd om te zien dat ook deze lente ons nestkastje een nestje zal hebben.

Op de valreep, want de betrokken garage zal in de nabije toekomst worden afgebroken. Ze is onvergund, en onvergunbaar, want ze valt niet in de smaak bij de stedelijk diensten voor ruimtelijke ordening wegens opgetrokken uit betonplaten. Ook bij ons valt ze niet in de smaak, en onze auto staat er evenmin in, dus ze zal met plezier worden afgesmeten. Eigenlijk zouden we dat binnenkort al kunnen doen, maar nu ik dit vogeltje heb gezien, denk ik dat we de garage nog een paar maanden zullen laten staan…

Magnolia

vrijdag, 9 april 2010

Onze voortuin bestaat vooralsnog voornamelijk uit gras, dat overigens hoogdringend gemaaid en geverticuteerd moet worden. Een hele prestatie na jaren maanlandschap. Onze buren daarentegen hebben verschillende struiken in hun pelouse. Begin april gebeurt er dan iets wonderbaarlijks: eerst gaat de forsythia uitbundig geel bloeien, op de voet gevolgd door de witroze magnolia. Een schouwspel dat zich in onze wijk, en bij uitbreiding in de rest van onze contreien veelvuldig voordoet. Als het zover is weet je het: het is echt lente.

Ik hou van de seizoenen. Ze maken de metafysische geneugten van sterven en herboren worden tastbaar, net zoals zij getuigen van de elliptische baan die onze planeet rond haar ster maakt, en — of beter — de schuine stand van de aardas tenopzichte van het vlak van de elliptische baan. Ik hou van het korten en (vooral) lengen van de dagen. Van me plots realiseren dat het al klaar is wanneer ik met de fiets naar het station vertrek, of dat het nog klaar is wanneer ik ’s avonds terug naar huis fiets. Maar ook — en daar ben ik me eigenlijk pas de laatste jaren tenvolle van bewust — van de seizoenen in de natuur.

De afgelopen weken heb ik verschillende keren naar onze bomen gekeken om te zien hoe de knoppen tot nieuwe bloemen en blaadjes uitgroeien. Of hoe er nieuwe rabarberstelen tevoorschijn komen, of de opkomst van een nieuw bataljon doorlevende selder. Samen met Wannes, want wat zou ik het fijn vinden als ook onze kinderen daarvan leren genieten…

Meestal vertrekken onze buren op vakantie op het ogenblik dat hun magnolia veelbelovend klaarstaat voor de bloei. Dan staat hun caravan veelbelovend klaar voor het eerste vakantie verblijf op de Luxemburgse camping die dan ook het seizoen opent — een camping aan de Sûre in Reisdorf waar ook wij enkele jaren geleden toevallig verbleven. Als ze terugkomen liggen alle magnoliablaadjes op het gazon. Dit jaar blijven ze nog even thuis. De bloemblaadjes zullen hun best moeten doen om het gras te raken…