Archief voor de ‘Zonder rubriek’ categorie

De pendel

vrijdag, 6 augustus 2010

De ochtendzon staat precies parallel aan de sporen en markeert de plaats waar straks de trein richting Leuven opduikt. Het is vijf na zeven. De plooifiets staat opgeplooid aan een metalen bank die door de dauw te nat is om op te gaan zitten. Ik ijsbeer en mijmer. De ochtend doet mij eerder aan september denken, dan aan de zomer die wij begin augustus toch nog hebben. Ik krijg een terug-naar-school gevoel.

Het perron is verder leeg. Mijn reisgezellen zijn er niet vandaag. Het onderwijzend personeel onder hen zwemt nog in de zee die grote vakantie wordt genoemd. Ook Jo is er niet. Enkel de Japanse Duizendknoop heeft zijn werk de afgelopen maand ongeremd verdergezet. Misschien dat er in Hasselt nog een bekende opstapt.

De trein is op tijd. Eerst hoor ik hem, de rush van de wielen op de sporen. Nog enigszins in de verte, maar gestaag naderend. Dan rinkelt het belsignaal. Pas dan kan ik hem zien, half verblind.

De zon is ondertussen opgeschoven en werpt mijn schaduw naar de sporen. Weet je dat, als je goed genoeg — en vooral lang genoeg — kijkt, je de schaduwen kan zien opschuiven door de beweging van de zon?

De trein zal me terug naar mijn werk brengen, na een maand vakantie. Ik heb geen zin om straks te vertellen hoe de vakantie is geweest. Is alles nog hetzelfde in Leuven? Er wacht alvast een nieuwe taak op mij en daar kijk ik wel naar uit. En een paar honderd e-mails, waar ik alvast in de trein aan kan beginnen.

Thuis lag de rest van het gezin nog in bed toen ik vertrok. Hoe zal Wannes reageren als mama uitlegt dat papa terug moet gaan werken? En Toon, zal hij mij missen? Het heeft ons alleszins deugd gedaan om een hele maand zoveel samen te kunnen zijn.

Activist - klusje van niks

zondag, 18 juli 2010

Afgelopen zondag hebben we deelgenomen aan de Big Jump. Om 15u zijn er over heel Europa duizenden mensen tegelijkertijd in rivieren gesprongen om te ijveren voor levende rivieren. Wij (Wannes en papa) sprongen in de Maas te Stokkem. Naast een geëngageerde actie is het vooral een lekkere duik geworden want het was prachtig zomerweer.

Daarna trokken we de Maas over naar Nederland, aangetrokken door de WK gekte. Toen wisten we nog niet dat we eigenlijk de ramptoerist gingen uithangen. Eerst richting Thorn, het pittoreske witte dorpje met een voortreffelijke crèmerie.

Later spoedden we ons naar Maastricht, om de massa en het grote scherm te zien. Ik dropte Els en Wannes en Toon en trok op zoek naar een parkeerplaats. Geen sinecure want wij waren niet de enige die in Maastricht de WK-finale tussen Nederland en Spanje wilden volgen. We vonden elkaar terug aan het Vrijthof, waar de grootste massa bijeenstroomde. Overal oranje. Maar ook veel Belgen, Fransen en Duitsers, al dan niet met ditto shirt. Overal TV-schermen. Na de aftrap maken we er een stadswandeling van, afgewisseld met flarden voetbal. Het is vrijwel onmogelijk om aan eten te raken, of aan water. Uiteindelijk krijgen we drie loempia’s van een vriendelijke Franse jongeling en laten we ons flesje frisdrank bijvullen aan een B&B. Die mensen kwamen eigenlijk voor André Rieu, maar die heeft moeten schuiven voor het WK en mocht vroeger op de dag het voorprogramma spelen.

Enfin, voetbal dus. We waren gekomen in de hoop dat Nederland zou winnen. We hebben namelijk wel een boontje voor ons buurland, maar vooral wilden we de uitgelaten vreugde delen.

Nou moe, dat viel hartstikke tegen… En eens het lot beslecht was, trok het volk massaal weg. We hebben dus eventjes staan aanschuiven alvorens we de stad uit waren.

Een nat pak!

donderdag, 15 juli 2010

Dat je nat wordt als je gaat zwemmen in Kapermolen — openluchtzwembad in Hasselt — is niet verwonderlijk.

Gisteren hadden we het plan opgezet om met ons vieren naar Kapermolen te gaan zwemmen. Alles netjes ingepakt, en vertrekken. Thuis schenen er nog zeven zonnen, maar de lucht boven Hasselt was toch van een donkerder kaliber. De twijfel slaat toe in de gezinswagen, en halfweg ruilen we bestemming Kapermolen voor bestemming Sportcentrum van Genk, een overdekt zwembad. Aan het volgende verkeerslicht veranderen we nog eens van gedacht en keren we terug. Onze gedachten stonden op het openluchtzwembad, en dus…

Het was al jaren geleden dat ik nog in Kapermolen ben gaan zwemmen. En we worden snel ouder, want het overkomt me steeds vaker dat “jaren geleden” neerkomt op iets als “bijna twintig jaar geleden”!

We stappen tegen de stroom van vertrekkend jong volk naar de ingang en betalen netjes de inkom, en krijgen nog mee dat we uit het water moeten als het zou beginnen te onweren. Ondertussen is het zwaar bewolkt, en de hoop dat het over zou waaien heeft reeds een ijdel trekje. Maar goed, we zijn vastberaden. We begeven ons naar het peuterbad en trekken onze kleren uit. Toon trekken we een zwemluier aan, en we gaan het water in.

Het was zalig. Wannes en Toon hebben ervan genoten, en van de watervrees die Wannes een half jaar geleden had, is nog weinig te merken.

Amper tien minuutjes in het water voel ik nattigheid op mijn schouders — een gevoel dat in het ploeterbad wel eens kan wijzen op een beginnende bui. Vervolgens begint het licht te bliksemen. Uit het water en aankleden. Dan begint het harder te regenen. Half aangekleed reppen we ons naar het afdak. Dan breekt er een handvol wolken en begint het te gieten. We kunnen ermee lachen. Ach, het waren misschien maar tien minuten, maar het was wel plezant.

Dan bedenk ik me dat we thuis zijn vertrokken zonder te kijken of alle ramen dicht zijn. Alarm. Want dit is het soort regen — en wind — waarbij je geen raampje open wilt hebben staan. Zelfs niet op kip.

We moeten naar huis. Door de gietende regen, en met twee kleine kinderen stappen we naar de wagen en door de storm rijden we gezwind naar huis. Wat gaan we daar aantreffen? Als er maar geen ramen wagenwijd openstaan… Het is gelukkig niet zo: alle ramen zijn netjes dicht.

Vervolgens een combinatie van afdrogen, (Pieter) de noodafwatering van onze verbouwing wat bijstellen, (Els) bekomen van helse koppijn en (Pieter) ingrediënten halen voor wat voorgerechtjes bij de lasagne. En vanzodra het eens terug mooi weer is: naar Kapermolen.

Schrijven

maandag, 17 mei 2010

Het is toch merkwaardig: de afgelopen weken heb ik vaak een ideetje gehad om een nieuwe blogbijdrage te schrijven, maar het is er niet van gekomen. Voor iedere bijdrage die het haalt, zijn er wel vijf die de toets niet doorstaan. Niet de kwaliteitstoets, maar de tijdstoets, of preciezer de gelegenheidstoets. Het is vreemd, een beetje frustrerend ook, om al die ideetjes te voelen wegglippen. Van sommige weet ik dat ze terugkomen: vroeg of laat leg ik mijn ei wel eens over het geloof, de zonnepanelen of waarom ik eigenlijk vegetariër moet worden, net als jij. Maar veel ideeën verdwijnen in de vergeetput.

Waarom wil ik schrijven? Dat is de vraag die mij de laatste dagen terug bezighoudt, en waarover ik dus als verschillende insteken in mijn hoofd heb voorbereid. Het is bijna dwangmatig. Ik wil vastleggen wat mij bezighoudt, anecdotisch of filosofisch het maakt niet uit. Het lijkt wel alsof ik soms het gevoel heb dat als het niet geschreven wordt, het er niet geweest is. Daarin lijkt het op fotograferen. Als ik op vakantie ga, neem ik veel foto’s. Ik bedoel: ik neem véél foto’s. Toen we een tijdje terug op Gran Canaria waren, had ik eens uitgeteld dat ik gemiddeld om de drie minuten een foto neem. Omdat als je er geen foto van hebt genomen, je het niet hebt gezien?

Maar het is ook een verslavend spel, de schrijver tegen de taal, of met de taal. En tegen of met de eigen geest. Soms zet de geest of de taal je schaakmat en is er geen uitweg meer. Dat overkomt me regelmatig. Vaak loopt het spel vast bij de eerste zet. En komt er geen letter op het scherm, hoewel er een handvol verhalen in de pijplijn zaten. Maar soms heb je een winnende strategie te pakken. Om te spelen dus…

Magnolia

vrijdag, 9 april 2010

Onze voortuin bestaat vooralsnog voornamelijk uit gras, dat overigens hoogdringend gemaaid en geverticuteerd moet worden. Een hele prestatie na jaren maanlandschap. Onze buren daarentegen hebben verschillende struiken in hun pelouse. Begin april gebeurt er dan iets wonderbaarlijks: eerst gaat de forsythia uitbundig geel bloeien, op de voet gevolgd door de witroze magnolia. Een schouwspel dat zich in onze wijk, en bij uitbreiding in de rest van onze contreien veelvuldig voordoet. Als het zover is weet je het: het is echt lente.

Ik hou van de seizoenen. Ze maken de metafysische geneugten van sterven en herboren worden tastbaar, net zoals zij getuigen van de elliptische baan die onze planeet rond haar ster maakt, en — of beter — de schuine stand van de aardas tenopzichte van het vlak van de elliptische baan. Ik hou van het korten en (vooral) lengen van de dagen. Van me plots realiseren dat het al klaar is wanneer ik met de fiets naar het station vertrek, of dat het nog klaar is wanneer ik ’s avonds terug naar huis fiets. Maar ook — en daar ben ik me eigenlijk pas de laatste jaren tenvolle van bewust — van de seizoenen in de natuur.

De afgelopen weken heb ik verschillende keren naar onze bomen gekeken om te zien hoe de knoppen tot nieuwe bloemen en blaadjes uitgroeien. Of hoe er nieuwe rabarberstelen tevoorschijn komen, of de opkomst van een nieuw bataljon doorlevende selder. Samen met Wannes, want wat zou ik het fijn vinden als ook onze kinderen daarvan leren genieten…

Meestal vertrekken onze buren op vakantie op het ogenblik dat hun magnolia veelbelovend klaarstaat voor de bloei. Dan staat hun caravan veelbelovend klaar voor het eerste vakantie verblijf op de Luxemburgse camping die dan ook het seizoen opent — een camping aan de Sûre in Reisdorf waar ook wij enkele jaren geleden toevallig verbleven. Als ze terugkomen liggen alle magnoliablaadjes op het gazon. Dit jaar blijven ze nog even thuis. De bloemblaadjes zullen hun best moeten doen om het gras te raken…

Badkamerrevolutie take one

zaterdag, 27 maart 2010

Ik zit hier zaterdagochtend ongewassen aan de laptop en daar is een goede reden voor. Drie zelfs. Dat ik hier zo vroeg al zit, komt omdat onze jongste spruit vroeg is wakker geworden, en Els nog even wilde blijven liggen. Dat ik hier ongewassen zit, komt omdat ons bad sinds gisteren in een slaapkamer staat, en dat ik aan de laptop zit, omdat ik over die badkamer een verhaaltje wil schrijven.

Het geweldige aan opgroeiende baby’s is dat ze zich zelf steeds beter kunnen bezig houden, zodat papa dus een blogberichtje kan schrijven. Het is te zeggen, ondertussen is Toon rechtgekropen en aan de pijpen van mijn pyamabroek aan het trekken. Pril schrijverschap wordt alweer de kop ingedrukt. Waarschijnlijk is het toch zo dat de meest geschikte tijd om te schrijven ’s avonds laat is, als iedereen in bed ligt.

Wordt vervolgd. En mocht ik het vergeten, dan mag je me er gerust aan herinneren.

Gran Canaria

woensdag, 10 maart 2010

Exact een week geleden zaten we in een restaurantje aan de Playa de Las Canteras te genieten van een lekkere paella. Het was de laatste avond van ons weekje op Gran Canaria.

(Meteen naar de fotoreportage? Kijk onderaan deze post :-))

Rond eindejaar vorig jaar viel een uitnodiging in de elektronische bus voor een “Womb Ecology” conferentie. Al snel was duidelijk dat de “Mid-Atlantic Conference on Birth and Primal Health Research” zeer interessant was voor Els. Het onderwerp sluit immers perfect aan bij haar professionele interesse en expertise, die zich toespitst op de normale zwangerschap en bevalling en op de wetenschappelijke ondersteuning daarvan. Ik laat het verder aan haar over om hier binnenkort één en ander over te schrijven.

Dat ook bij mij het hart sneller ging slaan bij het lezen van deze uitnodiging, zal niet verwonderen. Aangezien onze kinderen niet zonder hun mama kunnen — Toon drinkt nog aan de borst — mag ik samen met hen mee op conferentie, weze het als toerist. Gran Canaria is dan een uitgelezen bestemming, want de winter begint toch te wegen. Een conferentie is dan de ideale uitvlucht om als overtuigd ecoloog toch het vliegtuig te nemen. Zeker als het om een in weze ecologisch congres gaat — in de brede zin van het woord. Ik weet het, je kan hier nog een boom over opzetten, en ik zou dat bij gelegenheid graag doen.

Gran Canaria zat bij mij in het laatje van de minder interessante bestemmingen, vanwege het imago als toeristische bakplaat. Een vooroordeel is gebleken, want het eiland biedt heel veel variatie op een relatief kleine oppervlakte. Tijdens ons verblijf hebben we het hele bereik van deze variatie kunnen verkennen.

We landden op de middag en verkennen tijdens de namiddag de oude stad (Vegueta) van Las Palmas de Gran Canaria (de hoofdstad). Dan volgen drie congresdagen, waarover ik zoals gezegd verder niet veel zal loslaten. Tijdens deze dagen pendel ik met Wannes en Toon tussen borstvoeding en sightseeing. Hierbij werd bewezen dat je perfect twee kindjes kan dragen: met Wannes in de Ergo Baby Carrier en Toon in de draagdoek doorkruisen we Las Palmas in alle richtingen, hierbij geholpen door talrijke relatief goedkope taxiritten.

Na het congres hebben we enkele daagjes om met de huurwagen het eiland te verkennen. De eerste dag trekken we langs de oostkust naar het uiterste zuiden — het toeristische zwaartepunt van Gran Canaria. Onderweg bezoeken we het pittoreske dorpje Aguïmes en maken we een wandeling in de nabijgelegen ravijn, de Barranco de Guayadeque — één van de mooiste van het eiland. In het zuiden wandelen we door het natuurgebied van de Duinen van Maspalonas. Juist op tijd voor de regenvlaag zitten we in de auto. We rijden nog even verder naar Puerto de Mogán, waar we heerlijk tafelen en filosofisch nakaarten over het congres.

De tweede dag trekken we naar het bergachtige binnenland. We houden halt in Tejeda, een leuk bergdorpje waar we lekkere tapas eten. Dan rijden we naar de voet van de Roque Nublo, een van de trekpleisters van Gran Canaria. We maken er een wandeling naar de top. Wannes doet dit helemaal te voet, aan het handje uiteraard.

De laatste dag verkennen we het noorden van het eiland. We nemen eerste de panoramische snelweg langs de kust. We brengen een kort bezoekje aan de Cenobio de Valerón, een grottencomplex. Dan gaan we opzoek naar een bananenplantage — een van de hoofdteelten op Gran Canaria. Via een tip komen we in El Agujero… Toevallig treffen we de eigenaar van een plantage, die ons graag een privérondleiding geeft. Met een berg bananen gaan we verder naar het havenstadje Puerto de Las Nieves en het nabijgelegen Agaete. In de late namiddag rijden we naar Arucas. We ronden de dag af met een lekkere paella met avondzicht op zee in Las Palmas, en pakken dan de koffers in.


Groot formaat

Late nieuwjaarswensen…

zondag, 31 januari 2010

Vooreerst — je hebt de hele maand januari nog om nieuwjaarswensen uit te wisselen…

Ons kaartje voor dit jaar werd voor de verandering niet gephotoshopt, maar gegimpt. Daar valt veel over te zeggen, want een ongemengd succes vind ik het niet, maar het zijn voortaan dus tenminste legale wensen. Fanatici kunnen desgewenst zelfs de source code erop nakijken…

RIP Lucas Van Langendonck

zaterdag, 12 december 2009

Vandaag trokken we met de hele familie naar Leuven met een drievoudig doel:

1) Nieuwe nachtluiers kopen voor Toon, in een poging om ochtendlijke nattigheden te vermijden. 2) Kerstinkopen doen. Pakjes, pakjes, pakjes… 3) Afscheid nemen.

    Afscheid hebben we vandaag genomen van Lucas Van Langendonck, stichter en bezieler van Café Amedee die onlangs na een korte ziekte overleed. Zoals ik reeds eerder schreef, was Lucas een bijzonder man en heeft zijn café een bijzondere rol gespeeld tijdens de jaren die ik in Leuven door heb gebracht.

    De ruimte bij funerarium Pues was amper voldoende groot voor de talrijk opgekomen aanwezigen. Tussen hen zeer veel bekende gezichten: mensen die ik ooit wel eens (of meermaals) in de Amedee ben tegengekomen, maar waar ik meestal geen naam kan plakken. Na de Prelude uit Il ritorno d’Ulisse, spraken enkele mensen mooie woorden, die tegelijkertijd eerbiedig en stout waren. Een traan en een lach. In de ijskoude wind werd de as gestrooid op het kerkhof van de abdij van het park, waarna een karavaan mensen passeerden voor een laatste groet.

    Vanavond is de Amedee nog een keer (de laatste keer, dat is nog een open vraag) open. Met ons vieren trekken we ernaartoe. De ramen zijn bedampt, en eens binnen is de eerste missie om ons een weg te banen tussen het volk naar een plaatsje waar we met onze kinderen kunnen zitten. Ik praat nog eens met enkele mensen waar ik ooit ook nog wel een boom mee heb opgezet en bestel me nog een trappist van het vat.

    In dit apenland slagen we er niet in om een adequate rookwetgeving op poten te zetten, en de Amedee is vandaag nog meer dan ooit een doempkot. Dus om de gezondheid van onze jonge en kwetsbare kinderen niet in het gedrang te brengen ronden we af. Op verzoek van Wannes volgt nog een ijsje in de College (begint ook een traditie te worden). Dan waden we door de kerstmarkt naar de parking.

    Voetbalwereld belooft reductie van CO2 uitstoot met 20%

    woensdag, 9 december 2009

    In Kopenhagen zit de wereldtop bijeen om zich te buigen over oplossingen voor de klimaatproblematiek. De laatste jaren is het duidelijk dat onze manier van leven een groot beslag legt op de natuurlijke bronnen van onze Aarde. Uit verschillende bronnen (o.a. De Standaard (de krant voor de spits met het betere hoofdwerk) en Het Belang van Limburg (voor de rechtsbak)) blijkt dat het hier gaat over een groot aantal voetbalvelden.

    Met het wereldkampioenschap voetbal van 2018 in het verschiet heeft een delegatie van de voetbalbonden van Nederland, België en Luxemburg gisteren in Kopenhagen een idee gelanceerd dat toelaat om met beperkte inspanningen de wereldwijde uitstoot tegen 2018 te reduceren met een vijfde. Het volstaat om het voetbalveld met 10% te verlengen en te verbreden. Hierdoor neemt het aantal voetbalvelden dat wij uitstoten af met ruim 20%. Deze reductie komt netto boven de andere inspanningen die in Kopenhagen zullen worden onderhandeld.