Archief voor de ‘ecologie’ categorie

(Ik) Stem Groen!

donderdag, 10 juni 2010

Sinds enkele dagen wordt onze voordeur ontsiert door een lelijke en slechte affiche voor Groen! De cv-man die vanavond langskwam in verband met de verbouwingswerken die op til staan geraakte er niet aan uit. Is het nu een nieuwe partij met de naam “13″ of “positieve energie”. Gelukkig kiezen we zondag niet de grafische vormgevers van ons land.

Ik zal dus — ondanks deze marketingtechnische lacune — voor Groen! stemmen. Meer bepaald zal ik zowel voor de kamer als voor de senaat een voorkeurstem uitbrengen op iedere individuele kandidaat op de lijst.

Ik heb nooit op een andere partij gestemd, hoewel ik om politiekstrategische redenen dat wel al heb overwogen: voor de kamer haalt Groen! bij de laatste paar verkiezingen in Limburg (net) geen zetel. Dan is je stem dus verloren. Maar toch zal ik volgens mijn principes stemmen zondag! Zelfs verkiezingsbeloften als zouden Open VLD stemmers meer seks hebben kunnen mij niet van gedacht doen veranderen.

Waarom ik Groen! stem?

Inhoudelijk sta ik vrijwel volledig achter het programma van Groen!, de enige partij die een realistische en holistische kijk heeft op een betere wereld bij ons en elders, vandaag en in de toekomst! Logisch, want we delen de onderliggende filosofie…

Ik ben ervan overtuigd dat onze westerse maatschappij te veel gericht is op de creatie van economische welvaart hier bij ons en voor onze generatie. Dat gaat ten koste van de toekomstige generaties, en van mensen elders ter wereld, maar ook ten koste van ons eigen welzijn, want meer is niet noodzakelijk beter.

Als wij onze manier van leven niet bijsturen naar een meer rechtvaardige en duurzame levenswijze, lopen we bovendien her risico af te stevenen op een catastrofe. Maar het kan anders, en daarvoor hoeven we niet terug in holen te gaan wonen. Groen! heeft realistische voorstellen om deze andere manier van leven vorm te geven.

De voorstellen van Groen! worden vaak afgeschilders als onrealistisch, of alsof ze leiden tot een verarming. Dat is volgens mij manifest onjuist! Verschillende keren hebben ze hun standpunten laten doorlichten, of worden ze ondersteund door onderzoek. Maar ze zijn zeker ambitieus. Als men bijvoorbeeld de kernuitstap terug in vraag wil stellen, omdat bijvoorbeeld de elektriciteitsbevoorrading in het gedrang zou kom, wil dat niet zeggen dat de kernuitstap irrealistisch is, maar wel dat in de afgelopen jaren onvoldoende werk is gemaakt van duurzame energiebronnen en energiebesparing! Een self-fulfilling prophecy dus…

Groen! moet het niet hebben van de bekendheid van zijn kopstukken. Dat is een handicap. Want perceptie en populariteit zijn een belangrijk gegeven. Komt daarbij dat ze onlangs radicaal voor vernieuwing gingen, en de Groen!-fracties bevolkt zijn door tot voor kort onbekende gezichten. Maar het werk dat ze afleverden was van hoge kwaliteit: zowel De Standaard als De Morgen bekroonden de Groen!e parlementsleden en fracties met een zeer goed rapport.

Ik stem dus komende zondag voor Groen! want

  • Groen! heeft een programma dat nauw aansluit bij mijn maatschappij- en wereldvisie: een realistische en holistische kijk heeft op een betere wereld bij ons en elders, vandaag en in de toekomst!
  • De Groen!e voorstellen zijn ambitieus maar uitstekend onderbouwd.
  • De Groen!e parlementairen hebben prima werk afgeleverd.

Voor meer informatie over Groen! en waarom ook jij voor hen zou stemmen: www.groen.be

Seitanstoverij met Jessenhofke bruin

woensdag, 26 mei 2010

Het is moeilijk kiezen: de plooifiets is zeker het meest flexibel, je kan er de bus mee op, of terug naar huis liften met een Veltlid uit de buurt. Maar de tijd dringt, en de gewone fiets is toch een beetje sneller. Of met de wagen… dat is zeker het snelst. Maar neen, dat kan ik niet maken. Toch niet om naar een bijeenkomst van Velt te gaan. Dus wordt het de gewone fiets, en het is verbazingwekkend hoe snel je van Boxbergheide naar het Heempark kan fietsen.

Bestemming is een informatieavond van Velt over koken met seitan en tofu, en over het bier van Jessenhofke. Velt Genk is de lokale afdeling van de Vereniging voor ecologisch leven en tuinieren, een vereniging waar wij al jaren lid van zijn, en waarvan de principes zeer nauw aansluiten bij onze levensvisie en -wijze. In Genk bestaat de afdeling voornamelijk op mensen die Abraham reeds hebben gezien, en die zich precies eerder toespitsen op ecologisch tuinieren, met goede smaak wel te verstaan. De infoavond gaat dus de culinaire toer op.

Twee Limburgse producenten van ecologische producten voor de goede smaak stellen zich aan ons voor, en — niet onbelangrijk — laten ons proeven van hun aanbod. Jessenhofke is een kleinschalige brouwerij van biologische bieren. Maya is een ambachtelijke maker van Seitan en Tofu. Het verband tussen bier en vleesvervangers is je misschien niet meteen duidelijk, maar beide producenten hebben elkaar wel degelijk gevonden. Jessenhofke heeft een bier dat wordt gebrouwen uit een afvalproduct (tarwehoudend water) van de seitanproductie bij Maya: Jessenhofke Maya.

Na een inleidend woordje over Seitan en Tofu wordt het plots duidelijk dat vanavond het nuttige aan het aangename wordt gekoppeld: degustatie. Ook hier vinden beide producten elkaar. Onder begeleiding van de Jessenhofke Maya, Jessenhofke Bruin en Jessenhofke Trippel worden een zestal gerechten gepresenteerd op basis van seitan en tofu. We mogen niet alleen proeven, maar ook aan het fornuis een kijkje nemen naar hoe de geut Soja-olie in de wok terecht komt…

Passeren de revu: wrap met sojakaas en pesto, pasta met gemarineerde tofu en courget in een sojasausje, seitanstoverij, wok met gefrituurde seitan, asperge en spinazie uit de tuin van enkele Veltleden en tenslotte paprika gevuld met sojagehakt. Een gevarieerde zesgangendiner vergezeld van een fris biertje, en met als saus enkele interessante gesprekken over diverse aspecten van ecologisch tuinieren.

Hamvraag — merk de dierlijke oorsprong van het woord — is: was het wel lekker, de vleesvervangers? Ik moet zeggen dat ik lekkere gerechten geproefd heb. Het woord vleesvervanger zeg echter veel: tofu of seitan wordt niet bekeken als een oorspronkelijk product met zijn eigen eigenschappen, maar als een vervanger van iets anders, namelijk vlees. Een moeilijke opdracht, ook gezien dit vooroordeel. Waar voor een vleeseter een lekker stukje vlees op zich kan staan, moeten seitan en tofu het toch hebben van de — know-how van de — bereiding. Een test die zij naar mijn mening glansrijk hebben doorstaan.

Het parfum

dinsdag, 23 maart 2010

Toen Els en ik bijna zeven jaar geleden zijn gaan samenwonen, is een queeste begonnen naar milieuvriendelijke keuzes in het huishouden. Neem nu bijvoorbeeld wasproducten. We zochten naar een product zodat het water dat na de wasbeurt uit onze wasmachine — één van onze eerste grote aankopen, de Medion computer (met full monty randapparatuur) die we in een opwelling eens hadden gekocht buiten beschouwing gelaten (deze heeft ons overigens bijna 6 jaar trouw gediend) — wordt gepompt, vriendelijk is voor de fauna en flora in onze rivieren.

Het duurde niet lang voor we ons product gevonden hadden: in ons eigen landje — Vlaanderen of België, afhankelijk van jouw overtuiging — bleek er een bedrijf te zijn die state of the art schoonmaakproducten fabriceert: Ecover.

Sindsdien gebruiken wij wasproducten van Ecover. Zij hebben een breed gamma van waspoeders voor witte was, vloeibaar wasmiddel, wasverzachter, ontvlekker, wasmiddel voor delicate was, en ook buiten de wasmachine hebben zij talloze producten om jezelf, je auto, je vloer of je WC mee te poetsen. Allemaal milieuvriendelijk. Laten we zeggen dat wij alles wassen met Ecover, behalve enkele uitzonderingen, zoals onze haren, maar dat verhaal zal ik je besparen.

Tijdens de eerste jaren stelden we ons wel eens de vraag of Ecover even wit wast dan een ander wasmiddel, want de kraag van mijn onderlijfjes begon een lichte schijn te krijgen van gebroken wit. Ten einde raad hebben we eens de test gedaan met een A-merk wasmiddel. Dat waar je twee dozen van zou krijgen in ruil voor één doos Ecover, als ik mij goed herinner. De test heeft niet echt iets uitgewezen. Maar eigenlijk hoeft dat ook niet. Jaren later heb ik de indruk dat het wit niet verder gebroken is, en bovendien ben ik meer en meer ervan overtuigd geraakt dat je ecologische keuzes kan maken, no matter what.

Eén van de meest opvallende kenmerken van Ecover wasmiddel is het parfum, of liever het gebrek daaraan. Het is maar nadat je enige tijd Ecover hebt gebruikt, dat je echt merkt hoe sterk het parfum van vele traditionele wasproducten is. Ik herinner me nog levendig de geur van de mand netjes gewassen en gestreken was die we van een kersverse grootmoeder terugkregen vlak na de geboorte van één van onze spruiten. Nogmaals dankjewel hoor.

Het gebrek aan parfum is best aangenaam, maar heeft ook een (groot) nadeel: als je om weet ik welke reden er niet toe komt om je gewassen was snel op te hangen, gaat die stinken. Talrijke keren hebben wij zo de was gewoon opnieuw moeten wassen, wat natuurlijk niet echt ecologisch is.

Een tijdje terug ging ik in de kelder de was ophangen, en het was mij meteen duidelijk. Er zat een geurtje aan de was. Wat bleek: we hadden het nieuwe ultrageconcentreerde vloeibare wasmiddel van Ecover gebruikt, en die onverlaten hebben er een geurtje aan toegevoegd. Dat was even wennen. Gelukkig is het een relatief subtiel geurtje gebleven, en ongetwijfeld is het een ecologisch geurtje. Dat zal ons dus een hoop wasbeurten besparen. Zonet hing ik een machine katoenen luiers op, die wegens overmatig falen van onze huishoudelijke logistiek anderhalve dag in de wasmachine zijn blijven liggen. Ik moet zeggen, ik kon enige suggestie waarnemen van een onfris geurtje, maar dat werd netjes gemaskeerd door het lekkere parfum, zodat ze alsnog te drogen gehangen konden worden.

The Mid-Atlantic Conference on Birth and Primal Health Research

zondag, 7 maart 2010

Eind februari vlogen we met ons allen naar Las Palmas de Gran Canaria omdat ik toch wel heel graag The Mid-Atlantic Conference on Birth and Primal Health Research daar wou bijwonen. Met z’n allen omdat ik Toon nog borstvoeding geef en Pieter en Wannes zijn dan maar en passant ook meegegaan, zodat ik op mijn gemak de conferentie kan volgen terwijl mijn drie kornuiten de stad onveilig maken.

En hoe was de conferentie? En waar ging het over? Een uitgebreid verslag van 13 pagina’s heb ik al naar mijn collega’s gemaild, maar dat is misschien toch niet zo toegankelijk voor de website. Vandaar deze poging.

Een conferentie in het midden van de Atlantische Oceaan waar meer dan 1100 vroedvrouwen, gynaecologen, kinderartsen, doula’s, moeders,… samenkomen omdat ze bezorgd zijn over de toekomst van onze planeet. Of zoals Michel Odent, de president van de conferentie het zo mooi verwoordt: er is een Prime Inconvenient Truth. De huidige medicalisering van alles wat met zwangerschap, bevalling en baby’s te maken heeft, zorgt ervoor dat we de link met de natuur verliezen met verregaande consequenties voor de ontwikkeling van onze soort. We verliezen de capaciteit om lief te hebben omdat we onze hormonen onderdrukken met allerlei medische interventies. Het is tijd om onze vroedkundige zorg te evalueren met andere dan de huidige criteria. We moeten lange termijn denken en niet alleen het nu in ogenschouw nemen. We moeten ook niet-medische criteria durven te hanteren. Mensen zijn immers mensen en niet alleen lichamen.

Het zal blijkbaar toch meer dan één berichtje vergen om dit helemaal uit te leggen, dus zie dit als het begin van een reeks….

Alvast enkele impressies van het congres:

Fotovoltaïsche panelen: ecologie of belegging?

zondag, 19 juli 2009

Ze schieten als paddestoelen uit de grond, de fotovoltaïsche panelen. Nog talrijker lijken in onze wijk wel de bouwaanvragen voor “het plaatsen van fotovoltaïsche panelen”. Waar je vroeger toch behoorlijk (ecologisch) gemotiveerd moest zijn om zonnepanelen op je dak te leggen, zijn tegenwoordig de steunmaatregelen zo hoog, dat ze een goede belegging vormen. Dat het milieu er ook nog wel bij vaart is meegenomen, en waarschijnlijk voor sommige mensen zelfs niet relevant.

De “terugverdientijd” is extreem kort geworden. In de simulatie in mijn Excel rekenblad, wordt de investering voor een voorgestelde installatie op minder dan zes jaar terugverdiend. Daarna brengt de installatie een kleine 200 euro per maand zuiver op! Als je ervoor leent, draai je vrijwel onmiddellijk winst, maar is de totale winst uiteindelijk kleiner…

Winst zonnepanelen

Winst zonnepanelen

In bovenstaand grafiekje de netto winst over een periode van 20 jaar, in geval van — respectievelijk — contante betaling (de installatie kost €21175), lening over 10 jaar en lening over 20 jaar. Merk op dat iedere situatie zijn eigen grafiek heeft, in functie van de omvang van de installatie, de prijs per Watt-piek, de orientatie van het dak, het BTW-tarief en de subsidies…

Op zich zijn fotovoltaïsche panelen relatief onrendabele bronnen van herbruikbare energie, vergeleken met bijvoorbeeld windmolens, of met thermische zonneïnstallaties (zonneboiler). Maar de steunmaatregelen zijn op dit ogenblik zo gigantisch dat het geldmachines zijn geworden.

Enerzijds is er de belastingsvermindering van 40% van de kostprijs, tot voor kort geplafonneerd tot maximaal 1 maal ongeveer €3000, maar sinds dit jaar (als je huis ouder is dan 5 jaar) gedurende maximaal 4 jaar maximaal €3600 (geïndexeerd). Met de opcentiemen erbij betekent dat dus dat je effectief ongeveer 43%  terugkrijgt. Sommige gemeentes voegen daar nog een premie aan toe. Anderzijds is er de elektriciteit die de installatie produceert. Je bespaart op je elektriciteitsrekening (bijvoorbeeld 18 cent per kWh), maar daarbovenop komen de groenestroomcertificaten. Als je zonnepanelen installeert, krijg je gedurende 20 jaar €450 per 1000 geproduceerde kWh, optewel 45 cent per kWh. Als je installatie bijvoorbeeld een verwachte jaarlijkse opbrengst heeft van 3380 kWh is de jaarlijkse opbrengst ongeveer €2000.

Zonnepanelen hebben bovendien het grote psychologische voordeel dat je opbrengst duidelijk zichtbaar is, op een display en op je bankrekening.

In Vlaanderen heerst de laatste maanden een echte zonnepanelenkoorts. Op allerlei niveaus en in allerlei groepen worden er groepsaankopen en infosessies gehouden. Je kan geen straat meer aflopen zonder bouwaanvraag tegen te komen. De koorts wordt verder opgedreven (of is misschien gecreëerd) door het feit dat de gegarandeerde groenestroomcertificaten voor installaties geplaatst in 2010 nog slechts €350 waard zullen zijn, in plaats van de €450 voor de installaties die nog dit jaar worden geplaatst (en in werking gesteld). Het is dus het moment, zou je denken. Sommige leveranciers hebben een levertermijn van meer dan 4 maanden. Het wordt dus binnenkort moeilijk om nog gegarandeerd in 2009 de zaak rond te krijgen. Koorts dus.

Zonnepanelen, ik droom er al van sinds we ons huis hebben gekocht. Bij de installatie van CV en sanitair hebben we al een zonneboiler geïnstalleerd, met twee zonnecollectoren op ons dak. In die tijd (amper 4 jaar geleden) was dat nog uitzonderlijk, en werden de daken nog voornamelijk bevolkt door schouwen en dakvensters. Maar zonnepanelen, dat was een beetje te hoog gegrepen, dat zat er niet in. Ach zo erg is dat niet, onze elektriciteit komt van Ecopower, volledig door windmolens opgewekt, windmolens waar we notabene mede-eigenaar van zijn! Maar gezien het nieuwe economische plaatje zal mijn ecologische droom toch werkelijkheid worden! En dat het een centje mag opbrengen, is extra mooi meegenomen…

Wordt vervolgd.

Verf

dinsdag, 13 januari 2009

Het begint een traditie te worden: verfwerken tijdens de kerstvakantie. Twee jaar geleden hebben we een kinderkamer geschilderd, toen Els hoogzwanger was. Op de valreep, laten we zeggen. Vorig jaar hebben we onze living geverfd, of preciezer, Els en haar mama. Mij hebben ze toen wandelen gestuurd, maar dat vond ik helemaal niet erg.

Met deze zwangerschap steekt Els haar nestgedrag terug de kop op, deze keer was onze slaapkamer aan de beurt. Achteraf bekeken is de slaapkamer in de context van nestgedrag de belangrijkste kamer in het huis gebleken: na de bevalling van Wannes zijn we met z’n allen naar de slaapkamer getrokken, waar we spreekwoordelijk de eerstvolgende dagen niet meer uit zijn gekomen.

Wannes 3 uur oud

Wannes 3 uur oud

Het stukwerk is origineel en gehavend, hier en daar wat bijgewerkt met nieuw stukwerk of in de primer gezet. Onder het ouderwets bloemetjesbehang zaten immers niet meteen mooi geverfde muren.

Enfin, om het verhaal kort te maken… na meer dan drie jaar in ons huis te wonen, hebben we onze slaapkamer eindelijk geverfd.

Magrit natuurverf.

Net als in de rest van ons huis, hebben we gekozen voor natuurverf, met name voor de natuurverven van Magrit. Toevallig botsten we op deze zeer vriendelijke mensen, waar we bij hen thuis persoonlijk advies kregen, met een kopje koffie of thee. De verf op leembasis werd voor ons op maat gekleurd met natuurlijke pigmenten. We stonden telkens versteld van deze dienstverlening, ongeacht de kleine hoeveelheden. We begonnen ons eigenlijk ongemakkelijk te voelen om heb nog eens op te bellen voor dit kleine slaapkamertje. Nu zijn die mensen bezig met het opzetten van een grote interieurzaak…

Deze natuurverf is bij productie en verwerking vriendelijk voor mens en milieu, tijdens de zwangerschap en met kleine kindjes in huis toch extra belangrijk. De verf is zeer aangenaam om mee te werken. Ze heeft op de meeste ondergronden geen primer nodig en is zeer dekkend. Twee laagjes en klaar is kees. Aan het hoofdeinde zetten we er nog twee lagen coating (tevens van Magrit en op natuurlijke basis), want de natuurverf op zich laat zich niet echt afwassen. De prijs? Wel zoals vaak het geval is ook dit milieuvriendelijk alternatief ongeveer even duur als de klassieke A-merken.

Dit is het resultaat:

Mooi geverfd

Mooi geverfd

Respect

maandag, 16 juni 2008

De Japanse Tuin in Hasselt is een plek om tot rust te komen. In de blakende voorjaarszon wandelde ik er enkele maanden geleden met onze zoon op een doordeweekse dinsdagnamiddag. Sierkersbloessems en koikarpers, subtiele waterstromen en een ditto valletje. Enkel het geruis van de ringweg verraadt tijd en ruimte.

Op een dinsdagnamiddag kan je het publiek in de plantentuin grofweg indelen in drie groepen. Gepensioneerden, moeders met hun baby’s en schoolklassen. Wannesje en ik, we voelden ons een vreemde eend in de bijt. Maar daar hebben we natuurlijk geen problemen mee.

Een oudere heer, uit de eerste der bovenstaande categorieën, spreekt ons aan. Kleine kinderen zijn gespreksopeners — eenmaal groot worden we vaak niet geacht om een wildvreemde aan te spreken in het park. “Maar ach, hij weet nog niet in wat voor een wereld hij is terechtgekomen”, spreekt de oude man minzaam.

Daar heeft hij een punt, dacht ik. Als je erbij stilstaat, is kinderen op de wereld zetten in dat opzicht toch een gewaagde bezigheid. In wat voor een wereld zal klein Wannesje opgroeien? En komt het wel allemaal goed? Je mag er eigenlijk niet bij stil staan, en hopen op het beste.

Ik vroeg mezelf wel af: “Wat zou hij bedoelen?” Doelt hij op de penibele ecologische toestand van onze aardkloot, met name de klimaatwijziging? Of gaat het over de geopolitiek? Een derde wereldoorlog?

Ik vraag het hem maar. “Wat bedoelt u precies?”

“De jeugd van tegenwoordig heeft geen respect meer. Dat is het probleem. Ik zat vandaag op een bus vol jonge mensen. Toen er een zwangere vrouw opstapte, stond geen enkele gast op. Ik heb uiteindelijk mijn plaats afgestaan.”

Ja! Maar goed, ik probeer het toch over een andere boeg te gooien. Stout als ik ben haal ik de klimaatverandering erbij. “Het zijn toch immers de oudere generaties, die ervoor hebben gezorgd dat het zover is gekomen?”, probeer ik.

Wannes brengt redding. Hij heeft al lang genoeg stilgezeten.

Cradle to cradle

maandag, 21 april 2008

Hele bossen worden er gekapt om de boeken te drukken die er de laatste tijd over diverse milieuproblemen worden geschreven. Of neen… steevast worden ze gedrukt op 100% gerecycleerd papier. Prima voor het milieu dus.

Of niet? Cradle to cradle van Michael Braungart en William McDonough werpt een nieuw licht op gerecycleerd papier en fleecejassen van PET-flessen. Recyclage betekent volgens Braungart en McDonough meestal down-cycling, waarbij hoogwaardige wegwerpproducten een nieuw leven krijgen als een minderwaardig product. Anderzijds schetsen zij dat dergelijk hergebruik niet steeds even rooskleurig is, met name als het originele product hiervoor niet geconcipieerd is. Zo bevatten PET-flessen stoffen die niet geschikt zijn voor contact met de huid. Hoe je het ook draait, de gangbare manier van “duurzame” productie en consumptie blijft een variant op het cradle to grave-denken waarbij producten en grondstoffen evolueren van de kribbe (of de oorsprong) naar het graf (of een eindpunt).

Hiertegenover plaatsen zij het alternatief van cradle to cradle denken, waarbij producten en grondstoffen in een echte cyclus draaien. Het boek leest een beetje als een utopie, en hoewel er veel realisaties in worden beschreven, is er nog een hele weg te gaan vooraleer cradle to cradle in alle domeinen zijn toepassing vindt. Maar het boek schetst volgens mij wel de weg.

Waar ze de bal toch misslaan — en waar je ook echt voelt dat er een Amerikaan bij is — is in hun afwijzen van het principe van consuminderen. [Het boek We consumeren ons kapot van Dirk Geldof staat hoog op mijn leeslijst.] Zij schetsen de idee van te streven naar een mindere consumptie als een overbodig gegeven dat inspeelt op het schuldgevoel van de mensen. Volgens mij is overconsumptie, en het onvermogen van consumptie om van ons gelukkige mensen te maken, een relevant probleem, en vullen cradle to cradle ontwerpen en consuminderen elkaar perfect aan in het streven naar een duurzame wereld met een kleinere voetafdruk.

Oh, en wat dat papier betreft: de Amerikaanse editie van het boek werd gedrukt op polymeren die, zonder kwaliteitsverlies, oneindig recycleerbaar zijn…

1 april (over CO2 uitstoot en continuity policy)

maandag, 31 maart 2008

Vanaf één april wordt een maatregel van kracht die de fiscale aftrekbaarheid van lease wagens afhankelijk maakt van de de CO2-uitstoot. Zeer mooi!

Volgens De Standaard is de Ford Focus Econetic Clipper waarschijnlijk de grootste wagen die onder de klip van 115 gram per kilometer valt. Dat bevestigt alvast ons marktonderzoek, en iedere week komt de leverdatum een weekje dichterbij. De Ford Econetic toont bij uitstek het nut aan van dergelijke maatregelen. Waar de Focus modeljaar 2007 nog 128 g/km uitstootte, werd dit (overigens door eenvoudige maatregelen) gereduceerd tot 119g/km voor modeljaar 2008, en pitst de Econetic er nog eens 4 gram vanaf!

Deze maatregel is een schoolvoorbeeld van discontinuïteiten in het beleid: enerzijds is er een discontinuïteit van de aftrekbaarheid in functie van de tijd, anderzijds is er een discontinuïteit in functie van de uitstoot. Immers de maatregel gaat in op 1 april. Aangezien de maatregel nog geen jaar geleden werd goedgekeurd, zijn er lopende leasingcontracten waarvoor de spelregels veranderen. Het kan natuurlijk erger. Stel dat de maatregel enkel van toepassing zou zijn op lease-contracten die na 1 april worden afgesloten. Dan zou het de voorbije maanden nogal een stormloop geweest zijn bij Hummer, en zouden anderzijds de reeds eerder geleasde Toyota Priussen een aardige deuk krijgen. Ook in functie van de uitstoot is er een discontinuïteit, hoewel er verschillende schalen zijn in de kostenaftrek. Zo is de aftrek voor een (diesel-)wagen die 116 g/km uitstoot 5% lager dan deze bij 115 g/km, maar even groot als deze van een wagen die 145 g/km uitstoot. Er zal weer lustig getuned worden bij de autoconstructeurs, wat dan weer positief is (cfr. Focus Econetic).

Scharrelkind

vrijdag, 14 maart 2008

Een essentieel onderdeel van mijn ochtendritueel bestaat uit het lezen uit de pot. Eerst het brood uit de broodmachine halen, en dan een kwartiertje tot een half uurtje met de neus tussen de bladzijden. Meestal een stukje uit Pro C# 2008 and the .NET 3.5 Platform, maar vandaag toch liever wat bladeren in het laatste nummer van Natuur.blad, het ledentijdschrift van Natuurpunt. Daarin staat een — toegegeven, droog — artikel getiteld “Op de bres voor het laatste scharrelkind”. Scharrelkippen kent iedereen, maar scharrelkinderen, daar had ik nog nooit van gehoord.

Scharrelkinderen zijn kinderen met vrije uitloop. Kinderen die niet worden ingeblikt en opgefokt, volgelepeld met pap en plop, met Playstation en sms. Kinderen die met hun hoofd in de gezonde lucht en de voeten in het gras — of de modder — zitten, kinderen met tijd en ruimte. Een kweekplan dat blijkbaar de laatste tijd wat in de verdrukking is gekomen. Vroeger werd de methode vrijwel algemeen toegepast. Met de fiets naar school in plaats van met de SUV naar de sportclub.

Uiteraard zijn er positieve kanten aan de intensieve kweekmethodes die tegenwoordig veelvuldig worden toegepast, maar ik denk dat kinderen toch vooral kind moeten kunnen zijn. En scharrelen is daar een wezenlijk onderdeel van. Maar het scharrelen zit in de verdrukking, althans het dicht bij huis scharrelen. Waar je vroeger gewoon naar buiten kon om de ruige natuur in te trekken, moeten kinderen vandaag meer en meer worden uitgezet in scharrelzones, vaak met de SUV.

Er zou bij de inrichting van stad en wijk veel meer aandacht moeten worden besteed aan het behoud van het natuurlijke habitat van het scharrelkind. Het bosje waar ik vroeger wel eens in speelde is ondertussen grotendeels volgebouwd, en zo vergaat het langzaam aan ieder open stukje in onze wijk. Natuurlijk hebben gezinnen plaats nodig om te wonen, maar een gemeenschappelijk stukje groen hier en daar in een wijk als de onze, dat zou toch zo gek niet zijn.

Enkele interessante kijken op het fenomeen: